Paarden

hippen Van Paarden

Het chippen van paarden en paardachtigen zal verplicht worden over de volgende periode :
  • Ten laatste op 1 juli 2006: paarden die naar het slachthuis vertrekken en paarden bestemd voor handel en uitvoer naar het buitenland.
  • Ten laatste op 1 juli 2007veulens geboren in 2006, paarden die op openbare plaatsen komen (wedstrijd, groepswandeling,…), paarden die van eigenaar veranderen.
  • Vanaf 2007: Alle nieuwgeboren veulens ten laatste op 4 maanden ouderdom of voordat ze van eigenaar veranderen.
  • Ten laatste op 1 juli 2008Alle paarden in België!
De nieuwe Europese wetgeving ivm het identificeren van paarden zal dus van kracht gaan volgens het vooropgestelde schema. Net zoals in onze buurlanden zullen in de nabije toekomst alle paarden en paardachtigen (=paarden,ezels,zebra’s en kruisingen) in ons land gechipt en geïdentificeerd moeten zijn.
Een samenvatting van het nieuwe koninklijke besluit (KB)
Algemeen
  • Als een paard gechipt wordt, moet eveneens van dit paard een signalement worden opgemaakt of gecontroleerd. Dit signalement wordt samen met het chipnummer en de gegevens van paard en eigenaar ingevuld op een identificatieattest. De dierenarts stuurt dit attest door en later ontvangt u, als eigenaar, een bewijs en/of paspoort en een mutatiedocument.
  • Op het ogenblik dat u uw paard laat chippen moet u beslissen: “komt mijn paard later in het slachthuis terecht of niet?” Het antwoord op deze vraag zal ook ingevuld worden op het identificatieattest en dus verbonden zijn met het chipnummer. Let op !!!: een niet-slachthuis paard kan nooit meer in het slachthuis belanden,een slachthuis paard kan nog wel een niet-slachthuis paard worden.
  • Het chipnummer is dus onlosmakelijk verbonden met de identificatie van het paard en de gegevens van de eigenaar.
  • Als het paard wordt doorverhandeld moet de adreswijziging worden gemeld aan de hand van het mutatiedocument.
  • Elk paard zal steeds vergezeld moeten worden van een paspoort.
Aanvraag tot registratie
  • U als eigenaar stuurt een ‘aanvraagformulier tot identificatie‘ op naar de databank VCP (Vlaamse Confederatie van het Paard). Dit aanvraagformulier kan u downloaden via de website www.idpaarden.be of is te verkrijgen via uw dierenarts.
  • Dit formulier vult U in (bij dierenarts schrijft U: Dr Verswijvel Karl, Steenweg Op Mol 23, 2360 Oud-Turnhout, Ordenummer N3322)
  • U krijgt uw dossier toegestuurd en neemt vervolgens contact met ons op om uw paard te komen chippen.
  • Uw dierenarts stuurt de definitieve documenten op en binnen de 60 dagen ontvangt u een paspoort, eventuele stamboekformulieren en een mutatiedocument voor uw paard.
Opmerkingen:
  1. Veulens die worden ingeschreven in een stamboek worden best eerst door de veulencontroleur geschets vooraleer ze worden gechipt.
  2. Voor paarden met chip maar zonder paspoort of paarden met een paspoort maar zonder chip: stuur een ‘aanvraagformulier voor indentificatie‘ op naar de VCP. Uw dierenarts zal dan contact met u opnemen.
  3. Als uw paard gechipt is én een paspoort heeft controleer dan op volgende website www.idpaarden.be ofdat uw paard geregistreerd is. (Alle gegevens worden op dit ogenblik overgezet. Dit is nog niet volledig in orde. Controleer later nog eens.)
  4. Kosten voor de VCP zijn: Voor een paard zonder paspoort: 58.21 euro (u krijgt er automatisch een paspoort bij). Voor een paard met een paspoort: 42.99 euro. LET OP: Deze kosten staan volledig los van de dierenartskosten en het plaatsen van de chip.
Wie mag de chip plaatsen?
Er wordt een lijst opgesteld van gemachtigde identificeerders. Deze bestaat uit dierenartsen die erkend zijn voor deze handeling.
Tot voor kort was een infectie met lintwormen bij paarden moeilijk te diagnosticeren en werd er aangenomen dat een infectie met lintwormen eigenlijk geen kwaad kon.
Er zijn nu betere methoden ontwikkeld om de aanwezigheid van lintwormen in het paard aan te tonen. Hiermee werd het ook duidelijk dat grote aantallen lintwormen tot bepaalde vormen van koliek kunnen leiden.
De meest voorkomende lintworm bij het paard

Anoplocephala perfoliata is 5 tot 8 cm lang en bevindt zich in het laatste stuk van de dunne darm, bij de overgang naar de blinde darm. De lintworm heeft grote monddelen waarbij hij zich vastzet aan de darmwand en zich daar voedt.

De lintworm bestaat uit segmenten die vol zitten met eieren. De segmenten worden afgestoten en verlaten het lichaam,al dan niet intact, via de mest. Soms zijn deze segementen als grote witte stukken in de mest te zien.

De lintwormeieren komen via de uitwerpselen in de wei terecht en worden opgenomen door mosmijten. De mosmijten worden door het paard met het gras opgegeten en zo infecteert het dier zich weer. De periode van het opnemen van de besmette mosmijten tot het uitscheiden van eieren in de mest duurt 2 maanden. De mosmijt kan overleven in hooi en kuilvoer dus de besmetting kan het hele jaar doorgaan.

De aanwezigheid van lintwormen in het paard kan bevestigd worden door het aantonen van wormeieren in de mest. De eieren worden echter maar in zeer kleine aantallen uitgescheiden wat de diagnose via de mest moeilijk maakt.

Nu kunnen we door middel van bloedonderzoek ook de aanwezigheid van lintwormen vaststellen. Bij deze bloedtest kunnen we ook een redelijke inschatting maken van de hoeveelheid lintwormen. Dit is van belang aangezien er problemen op kunnen treden bij aanwezigheid van grote aantallen wormen.

De lintwormen beschadigen de darmwand wat tot verstoppingen en krampkoliek kan leiden. Soms leiden ze tot verteringsstoornissen met diarree als gevolg.

De gewone wormmiddelen zoals ivermectine werken niet tegen de lintworm. Het middel van keuze is praziquantel. Deze stof is sinds kort voor paarden in de handel, al dan niet gecombineerd met ivermectine.

Om problemen te voorkomen adviseren we om twee keer per jaar te ontwormen met een middel waar praziquantel in zit.

Staart- en maneneczeem, insectenallergie, zomerjeuk, zomereczeem of ook wel zomerrui.
Dit zijn allemaal benamingen voor die lastige tijd van het jaar waarbij paarden en pony’s hun manen en staart schuren.

Oorzaak

Alhoewel veel mensen praten over een combinatie van factoren (erfelijkheid, zonlicht, temperatuur, grondsoort, bepaalde insecten etc.), is slechts één oorzaak bewezen.

Het betreft hier een allergische reactie op bepaalde insecten en wel vooral kleine steekmugjes, die behoren tot de soort Culicoides

De aanleg om een bepaalde ziekte te krijgen, is in de ene familie groter dan in de andere, een erfelijke aanleg is dus niet uit te sluiten. IJslanders, allerlei pony’s en friezen bijvoorbeeld lijken meer aangetast dan rijpaardrassen, maar deze worden ook vaker in de wei gehouden dan paarden met een echte sportcarrière!

Zonlicht, temperatuur en andere weersfenomenen hebben direct hun weerslag op de aanwezigheid en activiteit van deberuchte mugjes. De mugjes zijn in de hete zomer minder actief dan in het vochtige voor- of najaar. In hete, droge zomerse periodes is zomerjeuk dan ook minder prominent aanwezig. In een mooie voor- of najaarsperiode met mistige ochtenden en klamme avonden zijn ze dan weer heel actief.

Op zandgronden komen veel culicoidesmuggen voor en in gebieden met zware klei weinig of geen.

Voeding en arbeid kunnen een invloed hebben op de uiting van de allergie, maar de balangrijkste oorzaak is dus de overgevoeligheidsreactie op bepaalde insecten.

Klinisch beeld

  

De letsels zijn het vaakst te zien thv de staart en de manen.

Een schilferige huid is het meest typische symptoom en in ernstige gevallen zien we ook korstvorming en verdikking van de manenkam en de staartwortel.

Soms kunnen ook op het lichaam (de buik) en soms zelfs op het hoofd-halsgebied aangetaste plekken voorkomen.

Eén symptoom is altijd aanwezig: jeuk!

Hierdoor gaan paarden schuren,  aan de omheining of aan een boom.

Sommige dieren gaan zelfs liggen op de grond en schuren zich tot bloedens toe.

Meestal zijn zomerjeukpatiënten volwassen, slechts zelden zie je een jaarling schuren.

De ernst van de verschijnselen neemt meestal elk jaar toe. Schuren betekent niet altijd dat het een overgevoeligheid of allergie is. Als er genoeg mugjes zitten, krijgt ieder paard  jeuk. De mate van jeuk kan trouwens in eerste instantie best meevallen. Pas als een paard of pony begint te schuren en de huid kapot gaat, wordt de jeuk vaak ondraaglijk.

De mugjes zijn vaak actief vanaf de eerste mooie lentedagen in maart. En tot ver in de herfst (oktober) kunnen de laatste muggen van dat jaar de allergie nog steeds tot uiting laten komen.

Voor alle duidelijkheid nog iets over het begrip allergie. Dit is een overdadige reactie van het lichaam op een bepaalde storende invloed van buitenaf.

Diagnose

Op basis van het voorkomen van jeuk en huidletsels in de typische periode (van maart tot oktober) is de diagnose vrij gemakkelijk te stellen.

Om buiten het seizoen de aanleg voor staart- en maneneczeem bij een dier aan te tonen, zou een aanvullende test zeer welkom zijn. Bijvoorbeeld bij de aankoop van een paard in de winter.

Helaas zijn er nog geen goede testen beschikbaar. Verder onderzoek is nodig.

Behandeling

De behandeling rust op drie pijlers.

  1. Om te beginnen moet zeker en vooral de oorzaak (de mugjes!) worden weggenomen.  Ze komen niet voor boven de 800 m, maar verhuizen naar deze gebieden is niet zo praktisch.Het is wel belangrijk om de gevoelige dieren altijd binnen te houden in de periode dat de muggen actief zijn. Dit is met name rond zonsopgang en zonsondergang. Dit betekent dus dat ze buiten kunnen tussen tien uur ’s morgens en vijf uur ’s middags of tussen elf uur ’s avonds en vier(!) uur ’s morgens.Ook een speciale deken die het hele paard afschermt werkt goed, maar moet reeds vroeg in het seizoen gebruikt worden. Als je immers een dergelijke kostbare deken gaat gebruiken als het paard al erge jeuk heeft, zal deze heel snel kapot geschuurd worden.Ook een goede insecticide biedt soelaas. Helaas zijn er geen afdoende middelen voorradig.Door het voeren van knoflook(extracten) bij zomerjeuk hebben wij nog nooit resultaten gezien.
  2. Als tweede onderdeel van de behandeling staat de genezing van de ontstoken huid centraal. Zeker indien een paard of pony al schuurt en de huid met korsten is bedekt, moet je proberen met verzachtende zalven en lotions de jeukende ontsteking rustig te krijgen. Behalve middelen op plantaardige basis kan een antibioticumzalf met corticosteroïden (ontstekingsremmer) een prima resultaat opleveren.
  3. Ten einde raad zijnde, kan ook nog getracht worden de jeuk te verminderen met corticosteroïden. Pas vooral op met injectiepreparaten. Hoefbevangenheid is een gevreesde complicatie, zeker wanneer hoge doseringen en herhaalde injecties gegeven worden.

Alternatieven

Fidavet, een afdeling van Janssen farmaceutica, heeft een voedingssupplement samengesteld. Het bevat een specifieke formule op basis van vitamine, nicotinamine en wateroplosbare mineralen die de natuurlijke weerstand van de huid ondersteunt en overdreven reactie van het afweersysteem tegengaat.

Bij onderzoek in Frankrijk blijkt dat 84% van de paardeneigenaren en dierenartsen tevreden tot uiterst tevreden zijn.

Het preparaat bestaat uit druppels die dagelijks moeten toegediend worden met een beetje voedsel en een huidverzorgingsgel die kan aangebracht worden op de reeds aanwezige huidirritatie.

De behandeling wordt best zo vroeg mogelijk in het seizoen gestart.

Besluit

Zomerjeuk komt veel voor en is niet echt te genezen. Wel kan met een combinatie van maatregelen geprobeerd worden de situatie leefbaar te houden.

Uw dierenarts is de aangewezen persoon om u te helpen bij deze puzzel.

Vanaf heden kan u via de praktijk medische voeding voor paarden bestellen.
Voor verschillende indicaties is er een aangepaste voeding. Is uw paard behandeld in een kliniek en hebt u het advies gekregen om één van deze voeders aan uw paard te geven, aarzel dan niet om contact op te nemen met de praktijk.

Lees even bij : “geschikt voor”. Ziet u daar een aandoening die u bij u paard aantreft, neem dan contact op met de praktijk.