De Chinchilla: fysiologie, huisvesting en ziekten

 

De Chinchilla
                                                           
Chinchilla's zijn zeer fraaie diertjes met een uitzonderlijk zachte vacht. Ze zijn tamelijk kostbaar en nog niet zo heel erg populair als huisdier. Het zijn gevoelige dieren en met name de spijsvertering geeft nogal eens problemen. Door gevechten of hun halsbrekende toeren willen ze nogal eens de ledematen breken of beschadigen. Regelmatig worden in onze praktijk chinchilla's behandeld. Hieronder volgt wat algemene informatie over chinchilla's.
 

 

 Klasse             Mammalia (zoogdieren)
Orde                Rodentia (knaagdieren)
Familie             Chinchillidae (wolmuizen)
Geslacht           Chinchilla laniger (chinchilla)
 
 
 
 
Oorsprong en voorkomen
 
De chinchilla staat bekend om zijn zachte vacht die 2,5-4 cm dik is. Hij is 25 cm lang met een eekhoornachtige staart.
De oren zijn vrijwel niet behaard en de ogen zijn groot. Hij bezit lange snorharen. De voeten hebben stevige zolen en de tenen hebben kleine nagels.
 
Vroeger kwam de chinchilla voor in grote delen van het Andesgebergte in Peru, Bolivia, Argentinië en Chili tot een hoogte van 6000 meter. Door een intensieve bejaging is het leefgebied nu beperkt tot het noorden van Chili.
Het zijn nachtdieren, maar ook in de avond en de morgen zijn ze actief. In grote groepen bevolken ze de rotsachtige hellingen en holen.
Door de dikke vacht zijn ze in staat om grote temperatuurverschillen te verdragen.
 
Voortplanting
 
Chinchilla's zijn monogaam, het vrouwtje is wat groter dan het mannetje (bok) en is ook sterker. Jonge chinchilla's zijn nestvlieders, dus zeer snel zelfstandig.
 
Geslachtsrijp vrouwtje 5-6 maanden, mannetje 4 maanden

Fokrijp 8-9 maanden

Oestrische cyclus 28-50 dagen                  
Draagtijd 105-118 dagen
Nestgrootte 1-5
Speenleeftijd 8-9 weken
Volwassen gewicht 500-750 gram
Temperatuur 37,5-38,5 C
Levensduur tot 10-20 jaar
  
 
Huisvesting en verzorging
 
Chinchilla's kunnen in een groep worden gehouden met 1 mannetje of als paartje. De kooi moet minimaal 100x80x60cm groot zijn en gemaakt zijn van knaagbestendige materialen! Het is belangrijk dat de chinchilla veel kan klimmen.
De kooi moet voorzien zijn van harde klimtakken en er dient een slaaphok aanwezig te zijn. Op verschillende hoogten moeten er zitplankjes gemonteerd worden. Het hok dient in een rustige omgeving geplaatst te worden, de temperatuur moet zo'n 15-20o C bedragen. Als bodembedekking worden houtkrullen of een speciaal nestmateriaal gebruikt.
Een chinchilla is gesteld op de mogelijkheid om dagelijks een zandbad te kunnen nemen als nodige vachtverzorging. Onjuist zand doet schade aan de vacht!
Een knaagsteen voorkomt gebitsafwijkingen en voorziet in mineralen.
 
Voeding
 
Op de berghellingen van de Andes is het enige beschikbare voedsel voor de chinchilla's het harde ruwe gras en wat kruidplanten. Bij het eten wordt het voedsel met de voorpoten vastgehouden terwijl het dier op zijn achterlijf zit.
In de natuurlijke leefomgeving is weinig water en de vochtvoorziening moet dan gedekt worden door dauw en het aanwezige vocht in de voeding.
Het maagdarmstelsel van de chinchilla is dus ingesteld op een energiearme, maar aan een celstof rijke voeding.
Grote hoeveelheden hoogwaardig voer worden niet verdragen, van geschikte pellets wordt 20-25 gram per dag opgenomen.
Voer voor andere knaagdieren of konijnen is ongeschikt!
Naast het voer moet dagelijks een hoeveelheid hooi van een goede kwaliteit worden aangeboden. Het beste kan men een chinchilla 's avonds voeren.
De wateropname per dag bedraagt 40-60 ml, wordt geen compleet voer gegeven dan moet het drinkwater van een multivitaminenpreparaat voorzien worden.

Het moederdier heeft 3 paar melkklieren, waarvan er meestal slechts enkele functioneren. De noodzaak tot bijvoeren bij een groot nest kan dus best noodzakelijk zijn. Het beste kan dit geschieden met Nutrisoja (babymelkpoeder met soja). Dosering 15 gram per 100 gram lichaamsgewicht.
Sommige melkpoeders voor de pup voldoen ook:
 
 
0-1 weken interval 3 uur
1-2 weken interval 4 uur
3 of meer weken 's nachts niet meer en geleidelijk wennen op vast voedsel.
 
Een goede voeding heeft ongeveer de volgende analyse:
 
Ruw eiwit         15-20 %
Ruw vet           2.5-5 %
Ruwe celstof    10-20 %
as                    10 %
Koolhydraten  40-50 %
 
 
 
Vooral gebaseerd op granen,het bevat best ook vitaminen, mineralen en sporenelementen. Het moet altijd aangevuld worden met hooi dat schoon en vezelrijk is.
 
Eventuele voedingswisselingen dienen zoveel mogelijk vermeden te worden, als er toch een wisseling plaats moet vinden dan dient deze geleidelijk te geschieden in ongeveer 1 week.
 
Voedingsgerelateerde ziekten
 
Onvoldoende tandafslijting
 
Door te weinig knaagmogelijkheden worden de snijtanden te lang met als mogelijk gevolg slechte voedselopname en speekselvloed.
 
Keelgatverstopping
 
Door een te gulzige opname van ruwvoer en/of lekkernijen zoals radijs, gedroogde vijgen, distels of brandnetels kan een keelgatverstopping ontstaan met als gevolg een speekselvloed.
 
Maagdarmstoornissen/infecties
 
Vooral door plotselinge voerwisselingen of een te rijk voer kunnen infecties aanslaan met als mogelijk symptomen gebrek aan eetlust, vermagering, plotselinge sterfte en maagkrampen.
Er kan diarree ontstaan, bij een overmaat krachtvoer, of trommelzucht, bij een overmaat aan eiwit .
 
Leververvetting
 
Deze aandoening ontstaat bij een voeding die teveel vet en/of koolhydraten bevat.
 
Calciumtekort
 
Een tekort aan calcium kan vooral bij lacterende vrouwtjes optreden waarbij de achterpoten gestrekt worden.
 
Thiaminetekort
 
 
Ontstaat bij een onvolledige voorziening en geeft symptomen van het centrale zenuwstelsel zoals bewegingsstoornissen.
 
 
Vitamine E tekort
 
Sommige auteurs maken hier melding van en deze aandoening leidt tot wat bij andere diersoorten bekend staat als "Yellow Fat Disaese" of vrij vertaald "geelvetontsteking".
Bij andere diersoorten is er ook duidelijk een verband aangetoond met een te lage seleniumvoorziening bij het optreden van deze ziekte.
 
 
Vitamine C tekort
 
Hier is de wetenschap het nog niet over eens. Er bestaat nog geen eensluidende mening over het feit of de chinchilla nu wel of niet in staat is om zelf vitamine C aan te maken.
Een overmaat zal niet snel nadelige gevolgen hebben omdat deze het lichaam weer met de urine verlaat.
 
            Uiteraard is dit geen volledige lijst van alle mogelijke ziekten, enkel de meest voorkomende aandoeningen worden hier vermeld. Hebt U verder nog vragen, kom dan gerust eens langs.
 
 
Als u vragen heeft, kan u altijd even binnenspringen in onze praktijk.