Vaccinaties bij de kat

Besmettelijke ziekten bij de kat

1) KATTENZIEKTE: veroorzaakt door het panleukopenievirus: Dit is een zeer besmettelijk virus dat braken, diarree en wegkwijnen veroorzaakt met vaak een dodelijke afloop.  Het virus kan buiten de kat tot 1 jaar overleven en kan dus snel worden verspreid, ook via schoenen en dergelijke.  Daarom worden ook binnenkatten bij voorkeur hiervoor gevaccineerd

2) NIESZIEKTE: Veroorzaakt door meerdere virussen: Dit geeft luchtwegaandoeningen zoals vermoeidheid, niezen, neusvloei, ontstoken ogen en koorts.  Bij jonge, oude of verzwakte dieren kan dit fataal zijn.  Katten die herstellen van deze ziekte blijven drager en kunnen later opnieuw symptomen vertonen en andere katten besmetten.

3) KATTENLEUCOSE: veroorzaakt door het feliene leukemie virus: Dit virus is éen van de belangrijkste doodsoorzaken van katten!  Dit virus wordt verspreid via rechtstreeks contact met besmette katten (vnl. via paren en vechten).  De tijd tussen infectie en het ontstaan van symptomen kan lang duren en de symptomen kunnen zeer uiteenlopend zijn.  Uiteindelijk zal de kat hieraan sterven.

4) HONDSDOLHEID: Dit is een dodelijk virus waar alle warmbloedigen (ook de mens!) mee besmet kunnen worden.  België is officieel hondsdolheid-vrij, wanneer de kat echter mee de grens overgaat is vaccinatie verplicht.  Deze dient 3 weken op voorhand gegeven te worden en geeft 3 jaar bescherming.

5) Er zijn nog 2 belangrijke besmettelijke kattenziekten waartegen echter geen vaccinatie bestaat: FIV (kattenaids) en FIP (feliene infectieuze peritonitis)

Wanneer kan je het beste vaccineren?

Kittens kunnen vanaf 9 weken gevaccineerd worden.  Wanneer een kat voor de eerste keer gevaccineerd wordt, moet er na 3 weken  opnieuw gevaccineerd ("geboosterd") worden om voldoende lange bescherming te bieden.  Nadien is een jaarlijkse vaccinatie voldoende.