Vaccinatie: alle info aan de hand van veel gestelde vragen

 
 
 
1)Wat is een vaccin?

Een vaccin is een hulpmiddel zodat het dier bescherming kan opbouwen t.o.v. bepaalde virussen of bacteriën, die zonder die bescherming vaak dodelijk zijn.
Een vaccin wordt gemaakt van hele, of delen van het virus of de bacterie verantwoordelijk voor een bepaalde ziekte. Deze virussen of bacteriën hebben vooraf grondige veranderingen ondergaan zodat ze niet meer gevaarlijk zijn.

 
2) Hoe werkt een vaccin?

Als de gewijzigde virussen/bacteriën in het lichaam komen veroorzaken ze geen ziekte, maar stimuleren ze het lichaam tot de productie van beschermende bestanddelen, antistoffen genaamd. Deze antistoffen zijn specifiek, d.w.z. een vaccin zal alleen bescherming geven tegen de ziekte waarvan het virus in het vaccin aanwezig is.De bescherming die door een vaccin wordt verkregen neemt af met de tijd en kan enkel gestimuleerd worden door een nieuwe vaccinatie, de rappel- of hervaccinatie.

3) Waarom is een vaccinatie zonder meer een must voor uw huisdier?
Door het systematisch vaccineren van zoveel mogelijk dieren zal die bepaalde ziekte doen verminderen in de dierenpopulatie. Zoals bv. polio bij de mens : deze erge ziekte behoort in onze streken eindelijk tot het verleden dankzij doeltreffende vaccinatie van alle jonge kinderen. Zo ook met uw huisdier : de ziekten waartegen gevaccineerd wordt , zijn dodelijk voor uw huisdier, dus door een simpele prik kunt u alle narigheid voorkomen voor uw huisdier, uzelf en de huisdieren van anderen, want vaak zijn de ziekten uiterst besmettelijk.
4) Welke huisdieren worden gevaccineerd?
In onze praktijk kunnen alle gezelschapsdieren gevaccineerd worden: hond, kat, duif, paard, konijn, fret.
5) Tegen welke ziekten wordt er gevaccineerd?

HOND

a) hondenziekte = ziekte van Carré = Distemper
Dit virus tast alle hondachtigen aan en is overal ter wereld te vinden. Het virus wordt overgebracht door lichamelijk contact met een ziek dier, of via uitwerpselen waarmee een zieke in contact is geweest. Bij pups is de ziekte dodelijk, bij oudere dieren veroorzaakt het een blijvende invaliditeit (blijvende zenuwstoornissen) die vaak euthanasie tot gevolg hebben.

b) kattenziekte = parvovirose van de hond
Dit virus is pas in 1978 ontdekt. Het virus is dodelijk (braken-diaree) en zeer besmettelijk. Het wordt overgezet via uitwerpselen van een zieke hond en niet via de kat !!!!

c) kennelcough=hondengriep=kennelhoest=influenza=besmettelijke tracheo-bronchitis
Deze ziekte wordt veroorzaakt door 2 virussen en een bacterie. De ziekte is niet dodelijk, maar veroorzaakt een verzwakt ademhalingsstelsel zodat het dier chronisch hoest en vatbaarder is voor longontstekingen.

d) besmettelijke hepatitis=leverontsteking
Dit virus wordt o.a. overgedragen door urine van besmette honden en ratten en is vaak dodelijk voor jonge dieren, oudere dieren krijgen te kampen met chronische problemen.

e) leptospirose= rattenziekte= ziekte van Weill
Deze ziekteverwekker wordt overgedragen via urine van besmette honden (en ratten). De ziekte is meestal dodelijk en is ook voor de mens gevaarlijk.

Voor deze ziekte is er in 2014 een nieuw vaccin op de markt gebracht die tegen meer types van het virus bescherming geeft.

f) hondsdolheid= rabiës= razernij
Dit virus met dodelijk afloop is ook zeer gevaarlijk voor de mens. Het wordt overgebracht door contact met speeksel van een besmet dier of door het eten van knaagdierenlijkjes, gestorven aan rabiës. Elke warmbloedige is vatbaar. Rabiës komt in België voor in het zuiden van het land, onder de Maas-Samberlijn. Als U naar het buitenland wil reizen met Uw huisdier is deze vaccinatie verplicht.

KAT

1) Het panleucopenie-virus verantwoordelijk voor de kattenziekte of kattentyphus.
Dit zeer gevaarlijke virus dat braken, diarree, wegkwijnen en vaak de dood veroorzaakt, is een virus dat opgenomen wordt via de mond. Het virus is zeer sterk, en kan buiten een kattenlichaam tot 1 jaar overleven. Het virus kan zich ook heel makkelijk vasthechten aan schoenzolen, kledij, handen, allerhande materiaal en wordt alzo op grote afstand getransporteerd. Daarenboven zijn de normale ontsmettingsmiddelen van geen nut om het virus kapot te krijgen : het virus overleeft ze bijna allemaal. Dit verhaal om u duidelijk te maken dat u dit virus bij u in huis kan binnenbrengen zonder dat u het weet en aldus uw binnenshuislevende kat kan besmetten. De manieren zijn velerlei : u trapt in besmette uitwerpselen in een plantsoentje, u gaat op bezoek in een huis waar een kat leeft/leefde die aan kattenziekte heeft geleden, u gebruikt een transportmandje waar een besmet dier heeft ingezeten etc. etc.
Daarom is een vaccinatie tegen kattenziekte levensnoodzakelijk, ook voor de binnenshuislevende kat.

2) Het leucose virus (feline leukemie virus = FeLV)
Dit gevaarlijke virus is verantwoordelijk voor een slepende ziekte dat uiteindelijke op verschillende plaatsen in het lichaam tumoren zal doen ontstaan en eindigt met de dood. Het virus wordt opgenomen via de mond of door te vechten met een besmet dier. Het virus is echter niet sterk in de buitenwereld, dit wil zeggen dat eens het virus buiten de kat komt, het niet lang zal overleven : uitdroging, gewone ontsmettingsmiddelen, etc...zullen het virus zeer snel doden. Daarom kan u als eigenaar uw binnenshuis levende kat niet besmetten met een leucose-virus. Er is echt contact nodig tussen besmette en niet-besmette katten om het virus over te dragen. Daarom is het leucose-vaccin voor een binnenshuislevende kat, niet noodzakelijk, wel voor de buitenloper.

3) Kattengriep - kattenniesziekte
Voor deze ziekte zijn 2 virussen en een agens chlamidia verantwoordelijk. De ziekte uit zich in aantasting van de bovenste luchtwegen : ogen, neus, keel- en mondholte. De kat zal niezen , de ogen lopen,de neus is verstopt, de mondslijmvliezen zijn beschadigd. Deze ziekte is vooral gevaarlijk voor jonge en oude dieren, bij hen kan de ziekte fataal verlopen. De virussen zijn in de buitenwereld niet erg sterk, doch sterker dan bijvoorbeeld het leucose-virus. De kans bestaat dat u uw binnenhuislevende kat kan besmetten. Neem daarom het zekere voor het onzekere en laat uw kat tegen de niesziekte enten. Het is trouwens zo, dat eens het dier besmet geweest is, de ziekte vaak chronisch aanwezig blijft. Beter voorkomen dan genezen, dus.

4) Tegen andere gevaarlijke virussen bij de kat, zoals het FIV (Feline immunodeficiëntie virus), en het virus van Aujeszky, bestaan helaas nog geen vaccinaties.

5) En het laatste belangrijke virus is het hondsdolheidvirus (rabiës, razernij)
Dit virus kan u niet overdragen op uw binnenshuis levende kat, maar vermits het een zeer gevaarlijk virus is, ook voor de mens, is vaccinatie ertegen wettelijk verplicht in het zuidelijk landsgedeelte (onder de natuurlijke grens van de Maas-Samber-lijn ) en als u de poes meeneemt naar een camping of naar het buitenland.
In het Vlaams landsgedeelte heerst (nog) geen rabiës, en is vaccinatie dan ook niet verplicht. Gaat U naar het buitenland, dan is deze vaccinatie verplicht

KONIJN

Net zoals de hond of kat, heeft het konijn ook zijn vaccins nodig : de vrijgeleide om bepaalde (dodelijke) ziektes niet te krijgen.
Het gaat hier om de konijnenziekte bij uitstek : de myxomatose, en de meer recente (en minder bekende) ziekte (1ste grote uitbraak in 1989) : virale hemorrargische enteritis, in meer begrijpbare taal : bloederige darmontsteking.
Deze 2 aandoeningen worden veroorzaakt door virussen en eens het konijn aangetast is, verlopen de ziekten meestal fataal. Maar gelukkig bestaan er zeer doeltreffende vaccins om de dieren ervoor te behoeden.

a) Myxomatose = de konijnenziekte
Deze ziekte kent zowat iedereen. Deze ziekte is in verschillende landen met opzet binnen gebracht om de overpopulatie in te dijken ( Australië, Europa) Helaas is het virus erg besmettelijk, zodat de ziekte zich snel verspreid en aldus konijnen aantast en doodt, die eigenlijk helemaal niet verdelgd moeten worden. Gelukkig komen er stilaan konijnen die immuun zijn voor de ziekte : de natuurlijke afweer is erfelijk, zodat traag maar gestaag het aantal resistente konijnen toeneemt.
Veel mensen denken dat hun konijn geen myxomatose kan krijgen, omdat het niet in contact komt met andere konijnen. Dit is een groot misverstand. De ziekte wordt namelijk overgedragen door muggen, vliegen, vlooien en teken en die beestjes komen nu eenmaal overal voor! De zomerperiode, wanneer deze huidparasieten het talrijkst zijn, is de gevaarlijke periode voor myxomatose.
Elk konijn boven de 6 weken, kan zonder gevaar gevaccineerd worden, tenzij het dier drachtig is. De vaccinatie bestaat uit een simpele injectie in de huid van het konijn.
En voorkomen is beter dan genezen, want een geneesmiddel bestaat niet, behalve door euthanasie het diertje uit z'n lijden verlossen. Myxomatose is immers een zeer pijnlijke ziekte. Na een incubatie van 3 à 5 dagen krijgt het konijn last van ontstekingen onder de huid (bobbels) : eerst aan de ogen en de rest van het hoofd. De ogen gaan dichtzitten, er ontstaan korsten op de neus, knobbels ontstaan in de oren. Het konijn niest en hoest. De kop zwelt op, wat zeer pijnlijk is, en daardoor kan het dier niet meer eten of drinken. Sterfte treedt op na enkele dagen. Nog even vermelden dat myxomatose enkel voorkomt bij konijnen en niet besmettelijk is voor andere diersoorten of de mens.

b) Hemorragische enteritis
Deze virusziekte is vrij recent en is vanuit Spanje naar onze contreien komen overwaaien. De ziekte is onverbiddelijk en besmettelijk. Het virus maakt de slijmvliezen van de darmen van het konijn onherroepelijk kapot, zodat het dier een bloederig diarree vertoont en vrij plots sterft. De ziekte kan soms zo snel evolueren dat de eigenaar niet eens symptomen heeft opgemerkt en het konijn dood in z'n hokje vindt.
Genezing is niet mogelijk, mede door het zeer snelle verloop van de ziekte. Daarom weer de leuze : beter voorkomen dan genezen !
Voorkomen doet men door het dier te laten vaccineren. Dit gebeurt weerom door een injectie onderhuids. In besmette gebieden wordt het konijn best om de 6 maanden gevaccineerd.

Nog even vermelden dat konijnen zulke injecties als compleet pijnloos ervaren. Soms ziet men op de plaats van inspuiten een klein knobbeltje ontstaan in de huid dat niet pijnlijk is en na verloop van enkele weken verdwijnt.
 
 
FRET:
 De fret wordt gevaccineerd tegen Hondenziekte (zie hond), Parvo (zie hond) en voor de buitenlopers onder hen ook nog tegen Rattenziekte (zie hond)

DUIVEN

a) Salmonellose = paratyfus
Zeer vervelende bacterie voor elke duivenhok : volwassen duiven geraken in zeer slecht conditie (erg bij de vliegduiven) en de jongen sterven. Vaccineren wordt vooral gedaan in probleemhokken.

b) Paramyxo = pseudovogelpest
Dit virus is het meest gevreesde in elk duivenhok. Zenuwstoornissen en ev. sterfte treden op. Oude en jonge duiven moeten jaarlijks gevaccineerd worden.

c) Pokken-difterie
Dit virus is niet ze zo erg voor de duif zelf, maar een hok aangetast door de pokken mag zeker niet vliegen, wat het gans vliegseizoen voor de duivenliefhebber vergalt. Een jaarlijkse vaccinatie voorkomt zulke onaangename verrassingen.

PAARD
      a) Influenza=paardengriep:
Paardeninfluenza of paardengriep wordt veroorzaakt door influenzavirussen. Influenza kan zich heel snel verspreiden; het virus komt binnen via de neus (dat kan direct van het ene op het andere paard gebeuren, maar ook via mensen, kleding of borstels. Ook ratten en vogels kunnen het virus overbrengen). Na aanraking met het virus kunnen de paarden al na 2 tot 3 dagen ziek worden. De eerste verschiinselen bij een paard met influenza zijn luchtwegproblemen: koorts en droge hoest met eerst heldere neusuitvloeiing, later etterig en slijmerig. Het paard is sloom, de spieren zijn zwak en de bewegingen stijf. Met voldoende rust en zonder complicaties geneest het paard in 2 tot 3 weken. Complicaties van influenza zijn secundaire infecties als chronische bronchitis of hartproblemen, waardoor de dieren kunnen overlijden als gevolg van de influenzavirusinfectie.
      b) Tetanus:
Tetanus is een bacteriële wondinfectie, ook wel (kaak)klem genoemd die wordt gekenmerkt door een kramptoestand in bepaalde spieren. De infectie wordt veroorzaakt door de Tetanusbacil die op de grond en in de darmen van het paard leeft. Meestal komen ze het lichaam binnen via diepe steekwonden, brandwonden of via een darmwandinfectie. De bacteriën scheiden een neurotoxine af, d.w.z. een gif dat via zenuwen en ruggemerg de hersenen aantast. De incubatietijd is 4 dagen tot 4 weken (=tijd van besmetting tot ziek worden). Het paard vertoont de volgende symptomen: het eerste kenmerk is het verschuiven of uitpuilen van het derde ooglid. Later zal het paard zich stijf bewegen en een kenmerkende houding in rust aannemen: staart omhoog, oren rechtop, angstig hoofd door spieren die verkrampen of verlammen. Bij een zware infectie kan ook kaakklem optreden, waarbij de kaken verstijven en het dier niet meer kan kauwen of slikken. Uiteindelijk heeft het dier gestrekte benen, het kan niet meer lopen en zal omvallen.
c)      Rhinopneumonie:
Er zijn, net als bij influenza, twee verschillende typen Rhinopneumonie. Type 2 veroorzaakt alleen klachten aan het ademhalingsstelsel en is vergelijkbaar met een sterke influenza. Type 1 is veel vervelender en kan naast de influenza-verschijnselen ook abortus en verlammingen veroorzaken. De verschijnselen zijn meestal: hoge koorts, heldere neusuitvloeiing en zwelling van de klieren in hoofd en hals. Bij een secundaire bacteriële infectie wordt de neusuitvloeiing etterig, grijsgeel en stinkend. Het kan tot drie maanden duren voordat de dieren weer fit zijn. Type 2 komt voornamelijk bij jonge paarden voor. De infectie komt vooral in herfst en de winter voor. Type 1 heeft een sluipend begin met lichte koorts, verkoudheidsverschijnselen en gebrek aan eetlust. Na een week kan verlamming van de achterhand optreden en de infectie kan bij drachtige merries een abortus veroorzaken, meestal 1-4 maanden na infectie. Type 1 komt voornamelijk bij oudere paarden voor.
Vaccinatiewijzer
De basisenting voor paardeninfluenza en tetanus bestaat uit 3 entingen. De eerste vaccinatie wordt bij veulens meestal gegeven op een leeftijd van 4-6 maanden; hiervóór heeft het veulen voldoende immuniteit van de moeder meegekregen. Moederloze veulens, die deze immuniteit missen, kunnen eerder geënt worden. De tweede vaccinatie wordt 4 weken na de eerste gegeven. 6 Maanden hierna volgt de derde vaccinatie. Vervolgens is het verstandig het paard in elk geval 1 x per jaar te hervaccineren tegen paardengriep. Voor paarden die veel reizen en vaak met andere paarden in aanraking komen, is het aan te raden 2 x per jaar te enten.
 
6) Welke vaccins zijn wettelijk verplicht?
De normale vaccinaties zijn niet verplicht door de wet: u doet dit uit liefde voor uw dier om het allerlei narigheid te besparen, en om andermans dieren niet in gevaar te brengen.
Anders is het gesteld wanneer uw hond/kat op pension gaat tijdens uw vakantie : elk pension zal van u eisen dat uw dier correct gevaccineerd en ontwormd is, omdat het anders een gevaar voor zichzelf en de andere dieren in het pension is.
De enige wettelijke verplichte vaccinatie is het vaccin tegen rabiës=razernij=hondsdolheid, een zeer gevaarlijke ziekte voor alle warmbloedigen, inclusief de mens, met dodelijke afloop.
Indien u met uw huisdier op camping gaat waar dan ook, op vakantie gaat naar de Ardennen (onder de Maas-Samber-lijn) of naar het buitenland, moet het dier gevaccineerd worden. Dit moet 1 maand voor uw vertrek gebeuren . Deze maatregel werd getroffen om niet alleen uw dier en uzelf te beschermen, maar ook om de verspreiding van de ziekte tegen te gaan.
7) Hoe wordt een vaccinatie toegediend?
Dit gebeurt heel simpel via een injectie of een druppelmethode. Het vaccin wordt onder de huid van het dier gespoten wat volstrekt pijnloos is. Enkel de koude van het vaccin (vaccins moeten bewaard worden in de koelkast) durft weleens reacties van het dier ontlokken.
De druppelmethode bij de hond (tegen kennelhoest) houdt in dat een bepaalde hoeveelheid vloeistof in de neusgaten wordt gedruppeld. Ook bij duiven kan het vaccin tegen paramyxo in neusgaten en ogen gedruppeld worden.
 
8) Wordt een dier ziek van de vaccinatie?

In de regel niet. Een vaccin werkt immers alleen stimulerend op de afweer van het dier. Natuurlijk mag een vaccinatie nooit toegediend worden aan zieke of verzwakte dieren. In zeldzame gevallen kan het dier allergisch reageren op de injectie, wat zich uit in opzwellen van oogleden en lippen, jeuk, ademhalingsproblemen of acute shock. Het spreekt voor zich dat dit diergeneeskundige interventie vraagt. Heel soms vertoont het gevaccineerde dier een zogenaamde enteractie een aantal dagen na de vaccinatie, wat zich uit in koorts en wat algemeen ziek zijn. Dit is van voorbijgaande aard.

9) Hoe weet ik dat een dier gevaccineerd is?
U koopt een pup/kitten/hond/kat. Uiterlijk valt het niet op te merken dat het dier gevaccineerd is. De enige manier om dit met zekerheid te weten is via bloedonderzoek, wat vrij kostelijk is.
Maar wanneer het dier gevaccineerd wordt, wordt er steeds door de behandelende dierenarts een boekje bij gegeven waarin de identificatie van het dier staat geschreven en op welke datum, welke vaccinaties werden verricht. Zodoende kunt u aan de hand van de data opmaken, rekening houdend met de leeftijd van het dier, wanneer het tijd is voor de hervaccinaties.
Wordt er geen vaccinatieboekje geleverd bij uw pas aangekocht dier, wees dan overtuigd, ondanks alle mooie praatjes van de verkoper, dat het dier nooit is gevaccineerd en dan moet u de entingen laten toedienen. En zelfs al was het dier toch gevaccineerd, een hervaccinatie binnen zeer korte termijn is absoluut onschadelijk.

10)Enkele algemene vragen over vaccinaties.

1) Mag een vaccinatie op gelijk welk tijdstop gegeven worden?

Neen, er zijn enkele voorwaarden.

Ten eerste: het dier moet in goede conditie verkeren, dus mag absoluut niet ziek zijn. Een vaccinatie vergt immers een actieve afweer van het lichaam om antistoffen te kunnen produceren tegen de ziektekiemen.
Een ziek dier heeft ofwel een verzwakte afweer, of de afweer is actief ten opzichte van de ziektekiemen die het dier nu ziek maken. Dan een vaccin toedien is een zware belasting voor de afweer die toch al volop aan het "vechten" is : ofwel wordt het dier dan nog zieker, ofwel slaat het vaccin niet aan, en is het dier ondanks de vaccinatie nog niet beschermd ten opzichte van bovengenoemde ziekten..

Ten tweede: de leeftijd
Een pupje of kitten enten voor de leeftijd van 6 weken heeft geen zin. Immers zulke jonge diertjes krijgen antistoffen van het moederdier mee, via de moederkoek en/of moedermelk. Wanneer men een vaccin toedient, wanneer er zulke antistoffen (maternale antistoffen) circuleren in het lichaam van zo'n jong dier, zullen de antistoffen het vaccin vernietigen, zodat het diertje geen bescherming zal krijgen van het vaccin. De maternale antistoffen verdwijnen langzaam uit het lichaam van het pupje/kitten. De leeftijd waarop deze verdwenen zijn varieert : tussen de 6 en 12 weken leeftijd zijn de maternale antistoffen verdwenen, en pas dan zal de vaccinatie nuttig werk doen. Het probleem is dat je niet aan het diertje kan zien (behalve via een vrij duur bloedonderzoek, wat zelden gedaan wordt) of de maternale antistoffen verdwenen zijn : bij het éne diertje is dat inderdaad op 6 weken, bij het andere diertje is dit op 12 weken leeftijd. En daarom moeten jonge diertjes minstens 2x gevaccineerd worden : de zogenaamde baby-enting en de rappelvaccinatie. Bij kittens wordt dit op 9 en 12 weken gedaan, bij pups op 6,9 en 12 weken.

2) Geeft een baby-enting een volledige bescherming?

Neen, en wel om de reden besproken in vraag 1. Daarom moet je als eigenaar toch nog zeer voorzichtig zijn met je pupje/kitten. Kitten hou je best binnenshuis, zodat ze geen contact kan krijgen met andere katten of uitwerpselen van andere katten. Zelf blijf je best ook uit de buurt van andere katten, zeker wanneer je niets over hun gezondheid weet.
Pups mogen niet op hondenweiden waar een grote concentratie honden (en uitwerpselen !) is. Bij het buitenshuis wandelen goed opletten dat de pup niet snuffelt aan uitwerpselen en/of plasjes van andere honden. Neem zelf ook de nodige voorzichtigheid en hygiëne in acht wanneer je contact gehad hebt met andere honden, vooraleer je je pup manipuleert. Deze voorzichtigheid hanteer je tot je pup/kitten de rappelvaccinatie heeft gehad op 12 weken leeftijd. Het baby-vaccin geeft bescherming ,maar slechts gedeeltelijk.

3) Waarom is een rappel-vaccinatie nodig?

a) Het belang van de rappel-vaccinatie op 12 weken leeftijd is uitgelegd bij vraag 1 en 2.
b) De vaccinaties moeten jaarlijks herhaald worden, een zogenaamde rappel-vaccinatie. Het is zo dat het vaccin een bescherming geeft die ongeveer een jaar lang werkzaam blijft. Wordt het vaccin na een jaar niet herhaald, zal de bescherming langzaam afnemen tot nul. Zo'n herhalingsvaccin wakkert de afweer van het lichaam weer aan tot de productie van antistoffen, die op hun beurt weer een jaartje actief blijven. Bij vaccins bij de mensen moeten er ook rappels gegeven worden, bijvoorbeeld jaarlijks bij het griepvaccin, en om de 5 jaar bij tetanusvaccin. Het is zo dat sommige fracties in een vaccin (bijv. de hondenziekte fractie bij de hond) een langere immuniteit geven dan een jaar en dat men die fractie dan slechts om de 2 à 3 jaar moet toedienen. Door de betere vaccins kan er nu bij de hond afwisselend een grote en een kleine "cocktail" (een mengeling van de verschillende ziekteverwekkers) gegeven worden. Een vaccinatie is daarom niet snel een spuitje geven. Het komt erop neer om de juiste spuit te geven op het juiste ogenblik.

4) Heeft een oud dier nog een vaccin nodig?

Eigenaars zijn dikwijls bang om een oud dier te laten vaccineren, of denken dat dat helemaal niet meer nodig is.
Zeker een oud dier heeft het nodig ! Immers : de afweer van een oud dier is al niet meer zo sterk als bij een jong lichaam. Een banale verkoudheid bij een oud dier zal makkelijker naar een longontsteking evolueren dan bij een jong dier : het oude lichaam reageert niet meer zo vlot en heeft minder weerstand. Kortom, een ouder dier is meer vatbaar voor allerlei ziektekiemen en heeft dus zeer zeker bescherming van een vaccin nodig. Als het dier gezond is wanneer het gevaccineerd wordt, zal het zeer zeker geen hinder ondervinden van het vaccin

Terug naar boven