Behandeling van botbreuken

 

Inleiding

 

Regelmatig worden dierenartsen voor gezelschapsdieren geconfronteerd met botbreuken of andere ernstige aandoeningen van het skelet. Botbreuken van de hond en kat liggen voor de hand maar wat te denken van een rat met een gebroken dijbeen, een konijn met de heup uit de kom of een leguaan met een gebroken lendenwervel?

In alle gevallen wordt met de eigenaar overlegd en de beste therapie voorgesteld door de dierenarts. In sommige gevallen bestaat er een keuzemogelijkheid tussen spalken (conservatief behandelen) en osteosynthese (chirurgisch behandelen). Dit artikel geeft een overzicht van verschillende aandoeningen en behandelingen en schetst de voor- en nadelen van conservatief en chirurgisch behandelen.

 

Voorkomende problemen

 

Het is nog niet zolang geleden dat dieren met ernstige botbreuken werden ingeslapen. Tegenwoordig is het zo dat met de uitgebreide chirurgische mogelijkheden, verbetering van de intensive care en de toegenomen bereidheid van de eigenaar er vaker met succes een behandeling van het dier kan plaats vinden. Per diersoort kunnen de behandelingsmogelijkheden verschillen. Na onderzoek (Radiografie) bekijken we wat de mogelijke oplossingen zijn.
 
De hond
De botbreuken die een hond oploopt zijn meestal het gevolg van een aanrijding, vechtpartijen of valpartijen.
Soms is het tegen de eigenaar opspringen van een jonge hond al voldoende voor het krijgen van een breuk van het bovenbeen. Bij aanrijdingen is het logisch dat door de krachten die daarbij ontstaan botten kunnen breken of dat bijvoorbeeld een heup uit de kom schiet doordat het heupkapsel scheurt.
Bij vechtpartijen kunnen sterke honden bij kleinere honden zo hard in de poten bijten dat er een breuk optreedt, betreft het grotere honden dan zie je nog wel eens dat er breuken aan de kaken optreden doordat de honden met de bek tegen elkaar botsen of elkaar daar bijten.
Honden die vallen kunnen van alles breken of gewrichten kunnen uit de kom schieten.
Een kleine ongelukscategorie die dan nog overblijft zijn de honden die door een paard worden getrapt of natuurlijk de (jonge) hondjes die altijd rond de voeten van de eigenaar dartelen en dan gebeurt het natuurlijk wel eens dat de eigenaar per ongeluk op het voetje gaat staan en dat er een teentje breekt.
 
De kat

Wat hiervoor is geschetst gaat ook in grote lijnen op voor de kat. Maar de kat heeft door haar ondernemende gedrag nog wel eens vaker te maken met botbreuken. Katten zijn ware geveltoeristen maar sommigen schatten hun kunnen nog wel eens te hoog in. Katten vallen regelmatig uit dakgoten, uit bomen en van schuttingen. Mits de val lang genoeg duurt heeft de kat voldoende tijd om zich om te draaien en, zoals het behoort voor een kat, op haar pootjes terecht te komen. De uitslag van een onderzoek in New York luidde ongeveer als volgt: ”Om een redelijke kans van overleven te hebben moet een kat minimaal van de 2e verdieping vallen en maximaal van de 18e verdieping”. Het komt er op neer dat er voldoende tijd moet zijn om te draaien en dat de val ook weer niet van te grote hoogte moet zijn omdat anders de klap te hard wordt.

Door haar nieuwsgierige en speelse karakter heeft de kat een extra risico om een botbeuk op te lopen. Katten die spelen op een stapel bakstenen die vervolgens instort, of katten die zich door een kier van een raam of deur doorwerken die net op dat moment dichtslaat. Zo komen katten ook nog wel eens aan gebroken staarten.
 
Bijzondere dieren

Dit is de verzamelnaam voor de gezelschapsdieren anders dan hond en kat.
Konijnen, chinchilla’s, ratten, cavia’s, hamsters en (woestijn)muizen zijn bekende vertegenwoordigers. Ook deze diertjes worden in grote getale gehouden. De meeste botbreuken ontstaan hier door valpartijen van een hoger oppervlak of uit de armen of handen van het baasje. Ook zien we regelmatig breuken bij diertjes die klem zijn komen te zitten in speeltuig of op de één of andere manier in hun hok. Soms worden loslopende konijnen of cavia’s gegrepen door de hond.
Vogels kunnen poten breken of vleugels. Het zijn met name de siervogels en jachtvogels die voor behandeling worden aangeboden.
Sommige reptielen kunnen wervelbreuken oplopen door een verkeerde voeding.

 

Doel behandeling
Na lichamelijk onderzoek kan de verdenking van een botbreuk of luxatie al rijzen. Door middel van röntgenonderzoek wordt dan de exacte diagnose gemaakt. Er zijn dierenartsen die zich duidelijk meer dan gemiddeld met botbreuken bezig houden en vaak wordt de eigenaar dan ook verwezen naar deze meer gespecialiseerde centra zoals dierenartsenpraktijk De Blauwe Ark. Het is ook logisch dat niet alle dierenartsen genoeg gespecialiseerd zijn en over het nodige materiaal beschikken om deze ingrepen uit te voeren.
Bij traumapatiënten zal de eerste diagnostiek en behandeling natuurlijk altijd gericht zijn op stabilisatie en eventueel herstel van de belangrijkste lichaamsfuncties. De behandeling van de skeletproblemen is er op gericht om het betreffende lichaamsdeel te beschermen tegen verdere schade, omstandigheden te scheppen waardoor de kansen voor herstel optimaal zijn en indien mogelijk zal er getracht worden om de functie zo spoedig mogelijk te herstellen.
Sommige aandoeningen laten geen keuze in het type behandeling. Een gewrichtsfractuur moet binnen acht uur chirurgisch hersteld worden, een verbrijzelde ondervoet (meerdere middenvoetsbeentjes gebroken) moet chirurgisch behandeld worden om vergroeiingen in de voet te voorkomen en zo zijn er nog meer gevallen.

In feite zijn er twee soorten behandelingen mogelijk: chirurgisch en conservatief.

 

De chirurgische behandeling

Bij deze behandeling komt het er op neer dat de skeletbeschadiging wordt hersteld door middel van chirurgie. De kapotte botdelen worden opgespoord en weer in de juiste positie gefixeerd. Hier zijn talloze technieken voor bekend waarbij de chirurg gebruik kan maken van stalen platen, schroeven, pennen, draad, ….
Deze behandelingsmethode vergt hoge investeringen, veel kunde en niet zelden zijn het langdurige operaties.

Dit alles maakt dat de kosten nogal op kunnen lopen. Aan de andere kant is dit een vrij zekere behandeling, de chirurg heeft alles met eigen ogen kunnen zien, de functie is meestal direct hersteld omdat de implantaten de functie van het bot (tijdelijk) overnemen. 

Bij dieren kunnen in een aantal gevallen de implantaten de rest van het leven aanwezig blijven, bij mensen zullen de implantaten meestal verwijderd worden maar de mens wordt ook veel ouder dus heeft langer de tijd om klachten van de implantaten te ontwikkelen. Voordeel van deze methode is dat het dier uitwendig geen vervelende dingen heeft en dat het de betreffende poot weer snel kan gebruiken.

Indien het een open breuk betreft die geïnfecteerd is met bijvoorbeeld straatvuil dan kan er nog van een andere techniek gebruik gemaakt worden. Dit heet een externe fixatie waarbij pennen door de huid door de gezonde botdelen worden geplaatst. Vervolgens worden de breukdelen “gericht” en dan worden de pennen in deze stand gefixeerd met behulp van een stevige stang. Door dit met verband te omwikkelen zal het de patiënt nauwelijks hinderen.

De conservatieve behandeling

Soms is een bot heel “mooi” gebroken en kan het volstaan een spalkverband aan te leggen. In sommige gevallen is chirurgische behandeling niet mogelijk en moet er wel gespalkt worden.
Spalken is in een aantal gevallen goedkoper maar dan moet wel alles in één keer goed gaan. Regelmatig bijt de hond de spalk kapot, wordt de spalk zo vies dat deze vervangen moet worden of treden complicaties op.
Bij groeiende dieren waar gespalkt wordt vanwege een gunstige breuk kan het zo zijn dat tijdens de genezingsperiode de spalk 1-2 maal vervangen zal moeten worden vanwege de groei.
Afhankelijk van diersoort en karakter zal de ene patiënt een spalk makkelijker accepteren dan de andere en sommigen kunnen erg immobiel zijn terwijl anderen er bij wijze van spreken mee rond rennen.
Voor beide behandelingsmethodes geldt een langdurig verplichte rust. Soms zelfs met opsluiting in kooi of box. In ieder geval zal er “huisarrest” gelden, en mag er alleen even naar buiten gegaan worden met de hond voor een “kleine of grote boodschap”.
 
Op basis van zijn of haar ervaring zal de behandelend dierenarts de meest verantwoorde behandeling voorstellen. Indien er keuzes zijn, zal de dierenarts duidelijk aangeven wat de voor- en nadelen van beide methoden kunnen zijn. De spalkmethode kan op het eerste gezicht voordeliger lijken maar als de spalk opnieuw moet worden aangebracht of als onvoldoende succes wordt bereikt met de spalkbehandeling de kosten alsnog aanzienlijk kunnen oplopen.
 
Samenvattend kunnen we stellen dat we bij gezelschapsdieren de meest uiteenlopende skeletproblemen kunnen tegenkomen. Gelukkig zijn er in tegenwoordig voldoende behandelingsmogelijkheden. Dieren vertonen een opmerkelijk herstelvermogen en met de juiste chirurgische of conservatieve behandeling zijn veel van deze problemen adequaat op te lossen!
 
Karl Verswijvel